“………..Bij een bocht in de weg opende een leegte zich beneden ons. Vreemd genoeg was de leegte aan onze voeten even grenzeloos als de sterren boven ons hoofd. (……….) Ze kuste me langdurig in mijn mond. (…..) Haastig begaven we ons door de omgeploegde aarde op tien passen afstand van het pad zoals minnaars plegen te doen. We bevonden ons nog steeds boven de graven. Dorethea was gewillig en ik kleedde haar uit tot haar geslacht. Op haar beurt kleedde ze mij uit. We vielen neer op de losse grond en ik drong haar vochtige lichaam binnen zoals een goed gemende ploeg in de aarde dringt. Onder haar lichaam opende de aarde zich als een graf, haar naakte onderlijf opende zich voor mij als een vers gedolven graf. (………..) Als ik niet mijn voet in de grond had geplant om verder glijden te voorkomen waren we in de duisternis gevallen en had ik me verwonderd kunnen verbeelden dat we in de leegte van de hemel vielen…………..”
Georges Bataille – Le Blue du Ciel