‘Linking fragments’, enkel een beschrijving of de voorbode van een reis? Slaat de titel op het materiële werk of eerder op de immateriële (doch daardoor niet minder reële) bespiegelingen van de aanschouwer? Gewichtige en belangrijke vragen die men zich moet stellen bij het aan- en beschouwen van het werk van Mireille Gromowski (Düsseldorf, 1983).
Werk dat bestaat uit zowel tekeningen als schilderijen, waarin personen het centrale thema vormen. Sinds het behalen van haar Bachelor of Fine Arts aan de Academie Beeldende Kunsten te Maastricht in 2007, is ze werkzaam als zelfstandig kunstenares in deze zelfde stad. Haar inspiratiebron bestaat uit foto’s, uit het heden en verleden, uit haar directe of indirecte omgeving.
De foto als bewust gekozen afbeelding van de werkelijkheid staat model in haar werk. Toch gaat het hier niet om het letterlijk weergeven van die werkelijkheid. In haar werk schuift en speelt ze met de verschillende al aanwezige interessante elementen in de gekozen foto, die vervolgens door haar eigen interpretatie en uitwerking zorgen voor een geheel nieuw schouwspel van kleur, vorm en lijn. De inhoud van haar werk bestaat voornamelijk uit het weergeven van de mens, maar niet in de hapklare vorm van een portret. Gromowski probeert de levende, dynamische mens neer te zetten. De mens zoals hij is in zijn dagelijkse bespiegelingen en beslommeringen, zijn snikken en grimlachjes, kortweg de mens als gevoelsmens. De personages in haar werk staan dan ook niet voor de concrete inhoud van één individu, maar eerder voor de meer abstracte en algemene inhoud van de mens an sich. Deze filosofie bepaalt haar werkwijze. Binnen één werk kiest ze afwisselend voor een geabstraheerde of illustratieve weergave van een vorm of vlak. Door bijv. materiële zaken als vesten en broeken vrij abstract weer te geven, komt het immateriële aspect van levendigheid in bijv. een hand of gezicht extra krachtig naar voren. Een ander beeldend middel waarmee Gromowski de menselijke vitaliteit in haar werk probeert te vangen is het gebruik en de toepassing van leegte, alhoewel men niet over een daadwerkelijke leegte kan spreken. ‘Leegte’ is in haar werk niet zozeer het restvlak waar niets gebeurd, maar eerder een waardige medespeler in het dynamisch geheel. Het zorgvuldig gepositioneerde en weergegeven personage speelt samen met de meer neutrale achtergrond een spel waarin beide elkaars aanwezigheid versterken. De zogenaamde leegte is daarmee dan ook eerder de illusie van leegte en werkt als versterkende factor op de illusie van levendigheid die Gromowski in haar personages vangt.
Maar het is niet enkel de situering van beeldelementen waarmee we op reis worden genomen door het menselijke gevoelsleven. Het dualistisch aspect van haar compositie zien we terug én wordt versterkt in en door haar techniek. Sterk aangezette contouren worden afgewisseld met vederlichte lijntjes, pastelachtig kleurgebruik staat naast bijv. een primair rood. Allen zijn het middelen om de verschillende fragmenten met elkaar te laten contrasteren, waardoor ze niet alleen hun vitaliteit verkrijgen, maar ook een verbintenis met elkaar aangaan. Deze eenheid door veelheid, het verenigen van delen in hun doel, is wat Gromowski uiteindelijk voor ogen heeft.
Daarmee zijn we aan het einde gekomen van een beschouwing, die inderdaad alles in zich heeft van een reis. Een reis die niet begint bij de aanschouwer, en daar evenmin zijn einde vindt. Het werk bevat op het moment van voltooiing de nodige lading, de lading die daar door de kunstenares is ingelegd. Zij heeft echter geprobeerd deze lading zo universeel mogelijk te maken, waardoor iedereen in principe zijn of haar eigen reis kan afleggen. Als aanschouwer zijn we enkel gebonden door het menselijke, onze eigen menselijkheid en het mens-zijn an sich. Enkel via deze wegen kunnen we het pad bewandelen dat zich in Gromowski’s werk voor ons ontvouwt. Een pad zonder richtingaanwijzers, een weg die alleen ontdekt kan worden op gevoel. Zowaar een ontdekkingsreis, waarin we niet alleen het kunstwerk en de kunstenares leren kennen, maar vooral en voornamelijk onszelf.
